Aminozuren
De laatste tijd hoort u het woord ‘Aminozuren’ vaak.
Aminozuren worden geprezen en vaak ook goed ‘geprijsd’.
Sporters en voornamelijk ‘amateur’ bodybuilders leven in een
waan dat extra eiwit en aminozuren net zo hard nodig zijn als gymschoenen.
Hier volgt een uitleg over een materie dat in de kinderschoenen staat
en aan de andere kant behoorlijk ingewikkeld is voor de leek. Daarom zal
ik de scheikundige samenstellingen, formules en de scheikunde reacties
overslaan.
Toch hoop ik u een beeld te kunnen geven van de verschillende aminozuren
en hun gebruik.
Een Aminozuur is per definitie een lid uit de groep van organische verbindingen
die het eindproduct vormen van de hydrolyse (spliting van scheikundige
stoffen onder opneming van water) van een eiwit. Het lichaam bouwt met
behulp van de aminozuren weer meer eiwitten op. Tien aminozuren worden
beschouwd als essentieel (EA= Essentiele Aminozuren) in de zin dat zij
noodzakelijkerwijs in de voeding aanwezig moeten zijn, tenminste gedurende
een bepaalde periode van ons leven wanneer het lichaam niet in staat is
voldoende hoeveelheden ervan voor eigen gebruik aan te maken of daar in
het geheel niet toe in staat is. Deze tien aminozuren zijn: Arginine,
histidine, isoleucine, lysine, methionine, fenyllaline, threonine, tryptofaan
en valine. Niet-Essentiele Aminozuren (NEA) zijn aminozuren die reeds
voorhanden zijn in het lichaam, doordat zij voorturend aangemaakt worden.
Beide groepen zijn voor een goed voorlopende eiwitsynthese benodigd. Indien
een van de EA afwezig of in onvoldoende mate aanwezig is, zal de eiwitsynthese
niet mogelijk zijn. Alle EA moeten daarom op hetzelfde moment in het spijsverteringskanaal
aanwezig zijn. Eiwitten in voedingsmiddelen verschillen aanzienlijk in
hun respectievelijke aminozuursamenstelling. De eiwitten die alle EA bevatten
worden hoogwaardige eiwitten genoemd en die niet alle EA bevatten worden
onvolwaardige (uit plantaardige bronnen) eiwitten genoemd. Onvolwaardige
eiwitten kunnen opgewaardeerd worden tot hoogwaardige, door een zorgvuldig
gekozen combinatie van geschikte plantaardige bronnen, zoals granen met
peulvruchten in een verhouding van 2:1.
Hormonen en enzymen bijvoorbeeld zijn afhankelijk van eiwit. Bepaalde
rassen zijn beter in staat het eiwit uit de voeding te verteren dan andere.
Arginine en histidine spelen een dubbelrol, daar zij welliswaar in het
lichaam gesynthetiseerd kunnen worden, maar arginine is voor het opgroeiende
kind tevens in de voeding noodzakelijk. Histidine is een soortgelijke
situatie gedurende de jeugd, bij bejaarden en indien men lijdt aan degeneratieziekten.
De twee aminozuren vallen in de categorie ‘voorwaardelijk essentieel’.
Aminozuren hebben onder andere een vitale rol bij de hersenfuncties. Meer
dan een derde deel van het drooggewicht van de hersenen bestaat uit eiwit.
Bij stress kan een situatie ontstaan, waarbij niet essentiële aminozuren
niet in voldoende mate kunnen worden geproduceerd om in de behoefte te
voorzien. Een aantal onderzoekers hebben aangetoond dat een dergelijke
situatie kan leiden tot het optreden van een reeks mentale en emotionele
symptomen zoals depressie, apathie, irritatie enzovoort.
De meeste aminozuren kunnen in andere aminozuren worden omgezet, zodat
methionine veranderd kan worden om cysteine te vormen; tyrosine kan uit
fenylalanine gevormd worden. Indien geen eiwit aangemaakt kan worden door
een ontoereikende beschikbaarheid van EA, dan kan het lichaam er toe overgaan
aminozuren als brandstof te gebruiken. Aangezien het lichaam niet in staat
is het stikstofdeel van een aminozuur te oxideren, blijft er bij een dergelijk
proces een residu over. Dit residu komt terecht bij de afbraakproducten
van eiwit in de vorm van ureum of urinezuur.
Vroeger had men een vooroordeel tegen het gebruik van onvolwaardige eiwitbronnen
door vegetariërs. Nu moet men echter erkennen dat deze wijze van
voeden alles verschaft wat voor een gezond lichaam nodig is, indien men
er maar voor zorgt een juiste combinatie van eiwitbronnen te kiezen.
De relatieve hoeveelheid aminozuren welke in een gegeven voedingsmiddel
voorkomen bepalen de voedingswaarde. Hoewel afzonderlijke aminozuren afwezig
kunnen zijn in enkele plantaardige bronnen, is er niets minderwaardigs
aan het uiteindelijk verkregen eiwit, indien de correcte eiwitcombinaties
tegelijkertijd in het voedingspatroon aangeboden worden, zodat het totale
aminozuuraanbod voldoende is voor eiwitsynthese. Tarweproducten die een
tekort hebben aan het EA lysine hebben een gering overschot aan methionine,
terwijl het tegenovergestelde het geval is bij groenten. Indien beide
bij hetzelfde maaltijd gegeten worden, zullen de verhouding van lysine
en methionine elkaar complementeren.
Men heeft berekend dat 32% van de totale behoefte aan eiwit bij kinderen
opgebouwd moet zijn uit aminozuren, voor volwassenen is 15% voldoende.
Betrokken op het lichaamsgewicht hebben volwassenen dagelijks 78 milligram
EA per kilo lichaamsgewicht nodig, terwijl kinderen 214 milligram EA per
kilo lichaamsgewicht nodig hebben.
Toename in spiermassa als resultaat van intensieve lichamelijke inspanning
(en daar wordt niet een gewone basis training mee bedoeld) of zwaar werk
zal ook een grotere eiwitsynthese vereisen en daarmee een verhoogde inname
van aminozuren noodzakelijk maken. Het is van belang zich te realiseren
dat berekening van de eiwitbehoefte slechts waarde heeft indien in de
energievoorziening van het lichaam voorzien is. Indien de energieopname
onvoldoende is, zal eiwit uit het voedsel of uit de lichaamsweefsels geoxideerd
of in de lever omgezet worden in glucose om de energiebehoefte te dekken.
Studies voor de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid (RDA= Recommended Daily
Allowance) eiwit hebben schattingen voor verschillende bevolkingsgroepen
opgeleverd. Deze houden uiteraard geen rekening met de persoonlijke erfelijke
of verworven variabelen met betrekking tot de behoefte aan de afzonderlijke
aminozuren. Hoewel de standaard RDA-hoeveelheden lijken aan te geven dat
de meeste mensen in geïndustrialiseerde landen voldoende eiwit binnen
krijgen, maakt het aantal mogelijke variabelen zoals leeftijd, geslacht,
beroep, gezondheid, ras, stressniveau enz., evenals biologische individualiteit,
dit tot een twijfelachtig gegeven. Het is duidelijk, volgens de bekende
gegevens over de voedselopname van teenagers in grote steden, dat ontoereikende
eiwitinname niet ongewoon is.
In Amerika wordt de inname van eiwit voor gezonde volwassenen geschat
op 90 tot 100 gram per dag dat overeenkomt met 15 tot 17% van de totaal
opgenomen hoeveelheid calorieën. De minimumbehoefte voor een volwassene
is gesteld op 35 tot 40 gram per dag en de RDA geeft 44 tot 56 gram per
dag voor een gezonde volwassene.
De overmaat aan eiwit die ingenomen wordt boven de feitelijke behoefte
wijst op een meer dan voldoende eiwitinname volgens vele voedingsdeskundigen.
Toch kan er een aminozuurtekort ontstaan. De totale ongebalanceerde inname
van voedingsstoffen evenals de genetisch bepaalde variabelen in de behoefte,
kunnen gezamenlijk een situatie scheppen, waarin die speciale behoeften
niet vervuld worden, zelfs bij een ware zondvloed van eiwit. Daar de gezondheidstoestand
minder wordt bij menu's die weinig van doen hebben met de feitelijke behoefte
van het lichaam en daar deze factor, en verschijnselen zoals stress en
milieuvervuiling een normaal functioneren nog verder ondermijnen, ontwikkelt
zich de mogelijkheid van aandoeningen zoals alvleesklier insufficiëntie.
De alvleesklier heeft tot taak nuttige bijproducten te maken uit het opgenomen
voedsel en chemische stoffen en ook een buffer te vormen tegen reacties
op voedingsstoffen en chemische stoffen. Om diverse redenen kan de alvleesklier
overgestimuleerd raken en een van deze redenen is juist de te hoge inname
van eiwit. De werking van de alvleesklier raakt verstoord door overbelasting.
De eerste effecten van een alvlees- insufficiëntie zijn symptomen
die vaak afgedaan worden met de term gastritis gevolgd door een afwijkende
insulineproductie.
Arginine: wordt gebruikt bij onvruchtbaarheid, dat veroorzaakt wordt door
verminderde bewegelijkheid van het sperma; het versnelt de genezing van
wonden; versterkt de thymusactiviteit; verhoogt de insulineproductie,
vetstofwisseling en glucose-intolerantie (in dierproeven); bevorderdt
groeihormoon; komt vrij veel voor in planten zoals knoflook en ginseng.
Histidine: ondersteunt de gehoorfunctie bij zenuwaandoeningen; beschermt
tegen effecten van straling; het verwijdert zware metalen uit het lichaam;
en wordt gebruikt bij behandeling van reumatische artritis; nuttig in
combinatie met niacine en pyridoxine bij een verminderde potentie.
Isoleucine: mogelijke betrokkenheid bij chronische mentale en fysieke
kwalen.
Leucine: mogelijke betrokkenheid bij chronische mentale en fysieke kwalen.
Lysine: bij aandoeningen als herpes simplexinfecties kan dit de groei
van het virus onderdrukken samen met een arginine-arm dieet; verbetert
het concentratievermogen; een tekort kan leiden tot vermoeidheid, duizeligheid
en bloedarmoede.
Methionine: wordt gevonden in rundvlees, kip, vis, sojabonen, eieren,
kwark, lever, sardines, yoghurt, pompoenpitten sesamzaad en linzen. Is
nodig voor de vorming van andere aminozuren zoals taurine, cystine en
cysteine; het is een ontgiftigend middel; verwijdert zware metalen uit
het lichaam; beschermt tegen vrije radicalen; ontgiftigt de lever en voorkomt
daardoor vervetting; een tekort kan leiden tot arteriosclerose.
Fenyllalanine: is nodig voor vorming van andere aminozuren; stimuleert
het gevoel van verzadiging wat weer belangrijk is bij overgewicht en afvallen;
is een krachtig werkzame, niet toxische, niet verslavende pijnstiller,
die werken via het bevorderen van de inwendige pijnbestrijdende mechanismen;
antidepressivum.
Threonine: ontbreekt in granen, daardoor bestaat de mogelijkheid dat vegetariërs,
bij een onevenwichtig dieet, over onvoldoende threonine beschikken. Dit
kan tot mentale stoornissen leiden.
Tryptofaan: onmisbaar bij de aanmaak van vit B3 in het lichaam; is nodig
bij het maken van een zenuwtussenstof "serotonine"; beïnvloedt
de hoeveelheid genuttigd eiwit indien voor de maaltijd ingenomen met zoetigheid
en op deze wijze behulpzaam bij gewichtsverlies; tekort kan leiden tot
het snakken naar koolhydraten; de opname in de hersenen wordt bevorderd
door vitamine B6 en vitamine C; behulpzaam bij het inslapen en een gezonde
slaap, indien gecombineerd met vitamine B6 en magnesium; antidepressivum
voor sommige patiënten; mogelijk niet ongevaarlijk (dus eigenlijk
af te raden) bij zwangerschap.
Valine: bij gewichtsvermindering; een teveel kan leiden tot hallucinaties
en kippenvel.
Proline: belangrijk voor de vorming van steunweefsel en het in stand houden
daarvan; nuttig in alle gevallen van aandoeningen van het bindweefsel
en het tegengaan van afbraak van collageen bij veroudering. Vitamine C
is onmisbaar voor een voldoende inbouw van proline in het bindweefsel.
Taurine: wordt in het lichaam gevormd uit methionine of in de lever uit
cysteine; verbindt zich met galzouten om de oplosbaarheid van vetten en
cholesterol te handhaven; vermindert de kans op galstuwing; tekort in
de jeugd verhoogt de kans voor epilepsie; een zenuwtussenstof; werkt sparend
op kaliumverlies in de hartspier; beïnvloedt de bloedsuikerspiegel
in de hartspier; zou het IQ in kinderen met Downs Syndroom (mongolen)
verhogen, samen met andere voedingsstoffen.
Carnitine: wordt gevormd uit lysine en methionine, waarbij vitamine C
onmisbaar is bij de omzetting; mannen hebben een grotere behoefte aan
carnitine dan vrouwen; mogelijke relatie met onvruchtbaarheid bij een
tekort ervan, via onvoldoende beweegbaarheid van het sperma; verlaagt
de triglyceride concentratie in het bloed; nuttig in circulatiestoornissen;
beschermt tegen hartinfarct; mogelijk gebruik bij spierziektes; gebruikt
bij het mobiliseren van vetafzetting bij overgewicht; nuttig bij storingen
in de koolhydraatafbraak.Tyrosine: afgeleid van fenylalanine; tekort leidt
tot lage lichaamstemperatuur en lage bloeddruk; betrokken bij hersenfunctie
en als zenuwtussenstof; nuttig bij de ziekte van Parkinson en in bepaalde
gevallen van depressies.
Glutamine en glutaminezuur: overheersend aminozuur in de ruggenmergvloeistof
en sermum; glutamine, doch niet glutaminezuur, kan de hersenbarrière
snel passeren. Glutamine is een unieke hersenbrandstof; wordt omgezet
in een kalmerend middel in de hersenen; belangrijk bij bloedsuikerspiegel;
nuttig bij behandeling van gedragsstoornissen bij kinderen; glutaminezuur
ontgiftigt ammoniak in de hersenen door de terugvorming tot glutamine;
beschermt tegen effecten van alcohol; vermindert het verlangen naar alcohol
en in sommige gevallen naar suiker; behulpzaam bij herstel na maagzweren;
bruikbaar bij depressies.
Cysteine en cystine: belangrijk bij de suikerstofwisseling; onmisbaar
bij het gebruik van vitamine B6; te gebruiken bij chronische kwalen; beschermt
tegen de effecten van alcoholgebruik en roken; betrokken bij het in stand
houden van het haar; nuttig bij de opbouw en soepelheid van de huid.
Glycine: betrokken bij ontgiftiging en eliminatie van vrije radicalen
in de lever; bloedsuikerspiegel.
Alanine: cholesterol verlagend (in dierproeven).
Gamma-aminboterzuur: stimuleeert de aanmaak van prolactine en daarom mogelijk
bruikbaar bij prostaatvergroting; werkt kalmerend bij manische depressie.
Asparagine en asparaginezuur: verhoogt uithoudingsvermogen bij atleten.
Citulline: toepassing bij het opheffen van vermoeidheid en voor ontgiftiging.
Ornithine: vrijzetting van groeihormoon; experimenteel toegepast bij gewichtsvermindering.
Serine: uitwendig gebruik in cosmetica als vochtregulerend middel.
Glutathion: vertraagt het verouderingsproces door werking op vrije radicalen;
versterkt de weerstand; veroorzaakt regressie van tumorontwikkeling (bij
dierproeven); ontgift zware metalen in het lichaam.
Aminozuren, met uitzondering van fenylalanine kunnen het best ingenomen
worden na de maaltijd. In deze artikelen wil ik geen richtlijnen geven
betreffende de doseringen. De individuele eigenschappen moeten hierbij
goed bekeken worden.
Er bestaat geen enkele stof die, indien op een onjuiste wijze toegepast,
geen schade kan berokkenen; of dit nu een natuurlijke substantie betreft
zoals water of een aanvullende voedingsfactor zoals een aminozuur. Men
moet goed uitkijken bij het gebruik van een extra hoeveelheid aminozuur.
Het beste is om altijd advies te vragen bij uw arts, diëtiste of
voedingsdeskundige alvorens u een preparaat gaat gebruiken. Dit is nodig
zelfs (misschien wel ‘juist’) als het product als natuurlijk
en/of onschadelijk aangeprezen wordt.
Het kopen van grote potten eiwitten met een grote hoeveelheid en verscheidenheid
aan aminozuren is niet altijd onschadelijk!
Een overmaat aan eiwitten en aminozuren kan schade aanbrengen aan de lever,
pancreas (alvleesklier) en/of de nieren.
Veel te vaak worden jonge kinderen die aan bodybuilding, of bodyshaping
beginnen, aangemoedigd door ondeskundigen in het gebruik van voedingssuplementen.
Bij een normale training is een gezonde voeding het allerbelangrijkste.
Daarna komt, indien nodig, het gebruik van extra supplementen.
|