Antioxidanten
Om te voorkomen dat er in het lichaam oxidatie ontstaat, met als gevolg
infecties, heeft het lichaam antioxidanten nodig. Antioxidanten zijn dus
stoffen die oxidatie tegengaan. Ons lichaam kan zelf antioxidanten aanmaken.
We kunnen het lichaam helpen door voedsel te eten dat antioxidanten bevat.
Antioxidanten beschermen ons tegen VRIJE RADICALEN, chemicaliën die
in het lichaam worden gevormd als onderdeel van de stofwisseling en de
bescherming tegen bacteriën. Bepaalde factoren, zoals extreme blootstelling
aan milieuvervuiling of ultraviolet licht, ziekte en sigarettenrook, kunnen
het lichaam ertoe brengen de productie van vrije radicalen te verhogen.
In de strijd tegen die vrije radicalen heeft het lichaam meer antioxidanten
nodig dan het zelf kan maken, vooral tijdens ziekte of bij blootstelling
aan vervuilende stoffen. Gelukkig bevatten veel voedingsmiddelen de noodzakelijke
antioxidanten.
Vitamine E en C en bètacaroteen, de plantaardige vorm van vitamine
A, helpen vrije radicalen te neutraliseren, net als mineralen zoals selenium
(in schaal- en schelpdieren en avocado's), koper (in noten, zaden, schaal-
en schelpdieren) en zink (in schaal- en schelpdieren) dat doen. Bioflavanoiden
(in sommige groenten, citrusvruchten en druiven) hebben ook antioxiderende
eigenschappen. Kunstmatige antioxidanten worden aan margarine en oliën
toegevoegd om te voorkomen dat ze ranzig worden en om de natuurlijke kleur
van bewerkt voedsel te behouden.
Uit 'Fit met voeding' van het Orthomoleculair Instituut te Baarn heb ik
voor u de volgende gegevens verzameld.
Vitamines en mineralen beschermen tegen vrije radicalen
Naast het feit
dat onze levensmiddelen zijn ontdaan van vitamines en mineralen zijn deze
giftige bestrijdingsmiddelen een ander punt van zorg. Onze groenten en
ons fruit zijn vergeven van herbiciden, pesticiden, enzovoort. Het achtervoegsel
'-cide' duidt op doden. Welnu, de stoffen waarmee onkruid, schimmels,
parasieten en insecten worden gedood, zijn ook echt niet bevorderlijk
voor onze gezondheid. Het overmatige gebruik van al deze chemische stoffen
draagt er in hoge mate toe bij dat het fenomeen allergie de laatste tijd
zo schrikbarend toeneemt.
Niet voor niets worden maximum toegelaten hoeveelheden vast gesteld voor
het gebruik van al deze -ciden. Er wordt evenwel geen rekening mee gehouden
dat gebruik van al deze stoffen tezamen op een gegeven moment wel een
erg hoge belasting wordt voor de gezondheid. Er bestaat echter geen gecombineerd
toegelaten maximum voor al deze stoffen. Terwijl al deze stoffen juist
in onze lichaamscellen zonder uitzondering de schadelijke vrije radicalen
helpen vormen. Vrije radicalen zijn uiterst reactieve deeltjes die kunnen
reageren met alles wat zich in hun directe omgeving bevindt. Dit kunnen
enzymen zijn of celmembraanmoleculen of zelfs het erfelijke materiaal
in de cel, het DNA. De vrije radicalen vernietigen deze moleculen, waardoor
de cel als geheel niet meer optimaal kan functioneren. Dit werkt ziekte
en veroudering in de hand. Zo is vastgesteld dat rimpels het gevolg zijn
van vrije-radicalenreacties met de huideiwitten. Bij ziekten als ouderdomsstaar,
reuma, de complicaties van suikerziekte, aderverkalking en zelfs kanker
spelen de vrije radicalen een heel belangrijke rol. Vandaar dat ze beter
niet gevormd kunnen worden. En als ze gevormd worden, dan kunnen ze maar
beter weggevangen worden. Dit doen de zogenoemde vrije-radicalenvangers
(ook wel antioxidanten genoemd). Dit zijn, zoals al vermeld, voornamelijk
bètacaroteen (pro-vitamine A), vitamine C, vitamine E en het mineraal
selenium.
Uiteraard zijn schadelijke stoffen niet een verschijnsel van alleen deze
tijd, maar ze bestaan al heel lang, al tienduizenden jaren. Geen wonder
dat ons lichaam hiertegen in de loop der tijd een bepaald afweersysteem
heeft ontwikkeld om zich hiertegen te beschermen. De vrije-radicalenvangers
vormen het hart van dit afweermechanisme.
Een goed voorbeeld is altijd weer de schadelijke werking van roken. Door
sigarettenrook worden vrije radicalen gevormd. Alle geleerden zijn het
er langzamerhand over eens dat roken slecht is voor ons hart en onze bloedvaten
en het risico op longkanker aanzienlijk vergroot.
Nu is in diverse wetenschappelijke studies vastgesteld dat dit risico
op longkanker bij rokers verlaagd kan worden door extra veel bètacaroteen
te nemen. Bètacaroteen vinden we vooral in worteltjes. Het geeft
worteltjes hun oranje kleur. Maar ook bladgroenten zoals broccoli, spinazie
en andijvie zijn rijk aan bètacaroteen.
Niet alleen bètacaroteen helpt rokers. Ook vitamine C is belangrijk
om de schadelijke werking van de stoffen in sigarettenrook teniet te doen.
Niet voor niets hebben de voedingsautoriteiten in Amerika sinds kort rokers
aanbevolen om extra vitamine C te nemen boven de hoeveelheid die niet-rokers
wordt aanbevolen.
Zoals bètacaroteen en vitamine C ons kunnen beschermen tegen de
schadelijke stoffen in sigarettenrook, zo kunnen ze ons ook beschermen
tegen de schadelijke werking van kunstmatige kleur- en smaakstoffen, conserveringsmiddelen
en de beruchte bestrijdingsmiddelen die tegenwoordig zoveel in de landbouw
worden toegepast. De essentiële voedingsstoffen hebben tegenwoordig
een bijzonder belangrijke functie.
In de stad en op de autoweg is er voortdurend sprake van 'chemische stress’.
Uitlaatgassen veroorzaken een onophoudelijke nevel met allerlei schadelijke
stoffen. Vroeger was het vooral lood. Van dit zware metaal is bekend dat
het de mentale functies vermindert, vooral bij kinderen. Zo is gebleken
dat kinderen die aan drukke verkeerswegen wonen in vergelijking met kinderen
die in de wat stillere straten leven, veel meer lood in hun lichaam hebben.
Pasgeboren baby's die via de moeder aan veel lood zijn blootgesteld, hebben
een lager IQ dan minder aan lood blootgestelde baby's. Zink bleek trouwens
de schadelijke werking van lood enigszins teniet te doen.
Over anti-oxydanten worden de laatste jaren veel onderzoeken gedaan. Dit
is een van de vele onderzoeken waarvan de resultaten gepubliceerd worden
in 'Fit met Voeding'.
Een lage concentratie van de anti-oxydanten vitamine E, bètacaroteen
en selenium in het bloed verhoogt de kans op het ontstaan van reumatoïde
artritis (Ann., Rheum.Dis.53;1994:51-53). Oxidatieprocessen spelen een
rol bij de weefselbeschadiging in de gewrichten van reumapatiënten.
Om deze processen zoveel mogelijk te beperken, beschikt het lichaam over
stoffen met antioxidant eigenschappen.
De veronderstelling ligt voor de hand dat wanneer de concentraties van
deze beschermende stoffen laag zijn, de kans om (bijvoorbeeld) reuma te
krijgen toeneemt. Dit werd onderzocht door in de opgeslagen bloedmonsters
van 1420 Finse mannen en vrouwen de niveaus van bètacaroteen, vitamine
E en selenium te bepalen. Uit de gevonden waarden werd een antioxidant
index berekend. Vergelijking van de antioxidant index tussen mensen die
in de loop van 20 jaar wel of geen reuma hadden gekregen, liet zien dat
een lage antioxidant index een risicofactor is voor het ontstaan van reumatoïde
artritis.
Met dank aan het Otho-Instituut te Baarn,
Nederland voor de gegevens voor dit artikel. Wil u meer weten hoe u zich
kunt abonneren op het blad "Fit met Voeding"? Stuur me een bericht....
Het is de moeite waard!
|