Te
veel vlees toch niet goed?
Het is al jaren bekend dat de vetrijke voeding in veel rijke landen een
rol speelt bij de toenamen van het aantal hartpatiënten. Maar we
weten tegenwoordig ook, dat een te hoge vetconsumptie schadelijk kan zijn
voor de weerstand.
Het bleek indertijd moeilijk om het verband aan te tonen tussen een voedingspatroon
dat rijk is aan cholesterol en een hoog cholesterolgehalte in het bloed.
Inmiddels weet men dat het niet zo zeer veroorzaakt wordt door cholesterol
in onze voeding, als wel door verzadigde vetten.
Deze worden namelijk door ons lichaam omgezet in cholesterol. Zo is nu
ook nog niet helemaal duidelijk hoe cholesterol precies de weerstand beïnvloedt.
De onderzoekers oordelen daar verschillend over.
Proefdieren lijken vatbaarder te worden voor infecties, wanneer zij voedsel
krijgen, dat rijk is aan cholesterol. Cholesterol in de voeding zou volgens
sommigen een nadelige invloed hebben op de afweer.
Maar hierbij moeten we wel een belangrijke kanttekening maken. De meeste
onderzoekers baseren hun conclusies op proeven met laboratoriumdieren,
die gewoonlijk geen cholesterolrijk voedsel krijgen.
Over het gevaar van geoxideerd cholesterol zijn de onderzoekers het wel
eens. Deze stof is zeer schadelijk voor het afweersysteem. Enige oxidatie
van cholesterol in het lichaam is normaal. Maar geoxideerd cholesterol
bevindt zich ook in gebakken voedsel, melkpoeder, eipoeder en andere cholesterol
houdende voedingsmiddelen die bij kamertemperatuur bewaard mogen worden.
Geoxideerd cholesterol is een sterk reagerend "vrij radicaal":
een moleculair fragment dat het vermogen heeft cellen te beschadigen en
dat misschien zelfs kanker kan veroorzaken. Men weet dat cholesterol een
belangrijke rol speelt bij het ontstaan van hart- en vaatziekten. En zoals
gezegd vormt het ook een bedreiging voor het afweersysteem.
U doet er dan ook goed aan, zo min mogelijk gebakken voedsel te eten en
dierlijke producten goed verpakt in de koelkast te bewaren.
Vetrijke voeding blijkt de kans op kanker van de dikke darm en de endeldarm
te verhogen. Dat zijn de vormen van kanker met het hoogste overlijdenspercentage.
Vetrijk eten leidt tot een verhoogd galzuurgehalte in de endeldarm. Men
vermoedt dat sommige galzuren kankerverwekkend zijn.
Vegetariërs hebben weinig galzuren in hun darmen en krijgen minder
vaak kanker aan de dikke darm en de endeldarm. Onderzoekers hebben een
relatie kunnen aantonen tussen een voedingspatroon met veel dierlijke
eiwitten, vetten en cholesterol en het voorkomen van leukemie en kanker
aan de alvleesklier, galblaas, eierstokken, baarmoeder en prostaat.
Er is ook een sterk verband gevonden tussen een vetrijk voedingspatroon
en zwaarlijvigheid enerzijds en anderzijds het ontstaan en ontwikkeling
van borstkanker. Een van de bezwaren van het eten van veel dierlijke vetten
is dat dierlijke producten sterk verontreinigd zijn. Gifstoffen verhuizen
via de voedselketen van dier naar dier.
Mosselen nemen bijvoorbeeld metalen in zich op uit de modder. Wanneer
een kreeft vervolgens veel mosselen eet, krijgt deze een nog grotere dosis
binnen. Het gif hoopt zich op in de kreeft en wanneer deze door het volgende
dier in de voedselketen wordt opgegeten, kan dit ziek worden. Het is algemeen
bekend dat DDT en het afweer onderdrukkende metaal kwik zich zo in het
weefsel ophopen.
Wat betekent dit nu voor de keuze van ons dagelijks voedsel?
Planten staan helemaal aan het begin van de voedselketen. Er zitten dus
nog niet veel chemische stoffen in die niet noodzakelijk zijn voor hun
groei. Wanneer u groente en fruit wast, verdwijnen hoogstens ongewenste
stoffen die aan de buitenkant zitten, maar niet wat zich in het gewas
bevindt. Daarom vinden steeds meer mensen het belangrijk dat fruit en
groenten biologisch verbouwd worden. Als deze producten zonder kunstmest
of verdelgingsmiddelen gekweekt worden, zijn ze veiliger en smaken ze
ook echter, zegt men. De meeste dieren wassen hun voedsel niet. Zij nemen
alle chemische stoffen in zich op. Kijken we verder in de voedselketen,
dan kunnen we steeds meer ongewenste stoffen in het organisme aantreffen.
We kunnen dus stellen dat plantaardige producten wat betreft hun chemische
samenstelling over het algemeen veiliger zijn dan dierlijke producten.
Kijken we naar het vet in onze voeding, dan kunnen we een onderscheid
maken tussen verzadigde vetzuren en onverzadigde vetten. Verzadigde vetzuren
noemt men zo, omdat daarin alle koolstof gebonden is met waterstof. In
de onverzadigde vetten is niet alle koolstof gebonden. Over het algemeen
is een vet meer verzadigd, naarmate het vaster van substantie is.
Dierlijke vetten zijn bij kamertemperatuur gewoonlijk vast en zijn meestal
in hoge mate verzadigd, terwijl plantaardige olie en visolie grotendeels
uit onverzadigd vet bestaan. Sinds bekend is geworden dat een voedingspatroon
dat rijk is aan verzadigde vetten de kans op hart- en vaatziekten kan
vergroten, zijn mensen beduidend meer onverzadigde vetten gaan gebruiken,
zoals sojaolie, saffloerolie, sesamolie, arachideolie, maïsolie en
zonnebloemolie.
Maar uw voedsel moet nog wel wat verzadigde vetzuren bevatten. Een tekort
daaraan kan namelijk remmend werken op de activiteit van de antilichamen.
Men heeft aangetoond dat een te grote hoeveelheid meervoudig onverzadigde
vetzuren bij proefdieren een sterke daling van het weerstandsvermogen
veroorzaakt: de thymus verschrompelde, het lymfatische weefsel ging achteruit
en de kracht van de afweercellen nam af. Het is ook gebleken dat afstotingsprocessen
van vreemd weefsel hierdoor trager verlopen.
En bovendien is uit een aantal onderzoeken naar voren gekomen, dat bepaalde
afweercellen bij een teveel aan meervoudig onverzadigde vetzuren minder
goed in staat zijn om bacteriën te vernietigen.
Meervoudige onverzadigde vetzuren ondergaan in het lichaam een bepaald
oxidatieproces dat lijkt op het rans worden van olie. Daarbij ontstaan
gevaarlijke vrije radicalen.
Sommige onderzoekers vermoeden dat de toename in het gebruik van meervoudig
onverzadigde vetzuren de oorzaak is van het grote aantal kankergevallen
in het Westen, omdat deze vetten remmend werken op de lichaamsafweer en
misschien ook de ontwikkeling van tumoren stimuleren.
Hoe meer verzadigd vetzuren zijn, des te schadelijker zijn ze voor de
weerstand. De meeste plantaardige olie bestaat voor 50 tot 80 procent
uit meervoudig onverzadigd vet. Arachideolie en olijfolie bevatten veel
minder meervoudig onverzadigde vetzuren.
Deze soorten kunt u heel goed bij het koken gebruiken. Als u volkorenproducten
en groenten eet en een dergelijk olie spaarzaam gebruikt bij het smoren
van groenten en bij het maken van slasausjes, krijgt u precies de kleine
hoeveelheid onverzadigd vet binnen die nodig is voor het afweersysteem.
Arachideolie en olijfolie worden al sinds de Oudheid gebruikt. Misschien
kenden de klassieke culturen wel een grote wijsheid op het gebied van
voeding.
Het is over het algemeen het beste als u zo min mogelijk vet in uw voeding
gebruikt. Wanneer u mindert met de producten die dierlijk vet bevatten
en meer plantaardige producten gaat eten, krijgt u vanzelf minder schadelijke
stoffen binnen en meer stoffen die uw weerstand juist verhogen.
Een eiwittekort in de voeding kan de weerstand ernstig schaden. Maar met
eiwitten kan het ook "te veel van het goede worden". In de Verenigde
Staten eet men ongeveer tweemaal zoveel eiwitten als voor gezonde mensen
nodig is. Dat kan schadelijk voor de gezondheid zijn, vooral omdat het
grotendeels dierlijke eiwitten zijn. In voedingsmiddelen die dierlijke
eiwitten bevatten, zit gewoonlijk veel verzadigd vet. Bovendien kunnen
vlees, melk, zuivelproducten, gevogelte en vis een ophoping van schadelijke
stoffen bevatten. En daarnaast treft men in dierlijke producten soms nog
sporen aan van de hormonen en antibiotica die de dieren gekregen hebben.
Ook deze stoffen kunnen uw afweermechanismen ernstig verstoren. Het eten
van veel vlees kan ook de calcium-fosforbalans verstoren, doordat vlees
rijk is aan fosfor. Het proces van ontkalking dat daar het gevolg van
is, kan de botten verzwakken. En tenslotte kan een te grote hoeveelheid
eiwitten in de voeding nog leiden tot een tekort aan vitamine B6. Dit
is juist een voedingsstof die van groot belang is voor de weerstand en
die bescherming biedt tegen hartaandoeningen. Er zijn dus voldoende redenen
om het eten van vlees te beperken.
In de homeopathie kennen we ook het gebruik van bepaalde homeopatische
middelen bij een verhoogd cholesterolgehalte in het lichaam.
Cholesterinum D6 is er een van. Dit middel is verkrijgbaar in verschillende
apotheken.
Het gebruikt van Lecithine kan hier ook goed gebruikt worden als aanvullend
middel. Maar nogmaals: het belangrijkste is de voeding!
|